Deel op facebook
Deel op X

Veelgestelde vragen rond het eigen perceel

  • Wat is een rooilijn, waarvoor dient die en hoe is die bepaald? 

    • De rooilijn geeft de grens aan tussen openbaar en privaat domein. Alles tussen de rijweg en de rooilijn behoort tot het openbaar domein. Deze lijn bepaalt dus waar het voetpad, de berm of andere openbare voorzieningen kunnen komen. De rooilijn is bepaald door een landmeter op basis van bestaande kadastrale gegevens en afgeleverde vergunningen. Ze wordt gebruikt bij het ontwerp van het openbaar domein om te weten waar gewerkt kan worden en wat de grenzen zijn van de gemeentelijke verantwoordelijkheid.

 

  • Een deel van mijn voortuin is als berm ingetekend in het schetsontwerp. Wat betekent dit voor mij? 

    • De gemeente heeft bij aanvang een landmeter aangesteld om de perceelgrenzen in kaart te brengen zoals dit bij elke wegenisontwerp gebeurt en ook wordt vastgesteld. In elk geval zal individueel nagegaan worden wat de impact van de werken op deze inname is, en hoe we hier verder mee om kunnen gaan. In vele gevallen liggen er ook nutsleidingen op deze private eigendommen 

 

  • Een deel van het voetpad is ingetekend op mijn perceel. Wat betekent dit voor mij? 

    • De gemeente heeft bij aanvang een landmeter aangesteld om de perceelgrenzen in kaart te brengen zoals dit bij elke wegenisontwerp gebeurt en ook wordt vastgesteld. In elk geval zal individueel nagegaan worden wat de impact van de werken op deze inname is, en hoe we hier verder mee om kunnen gaan. In vele gevallen liggen er ook nutsleidingen op deze private eigendommen. 

 

  • Niet al mijn inritten zijn ingetekend. Waarom niet?  

    • Een groot deel van de verharding op openbaar domein ligt er in de vorm van private inritten. Omdat we de verharding op openbaar domein zoveel mogelijk willen beperken, zal ook het aantal aansluitingen op openbaar domein van private inritten beperkt worden. 

    • Per woning tekenen we daarom maar één inrit in op een standaardbreedte van 4,5 meter. Als dit volgens u niet de meest geschikte inrit is, of als u een vergunning heeft voor meerdere of bredere inritten, dan kan u dit vermelden op het invulformulier. 

 

  • Waarom krijg ik op openbaar domein nog één inrit? En waarom is deze maar 4,5 meter breed? 

    • De basis is de Europese Kaderrichtlijn Water 2027. Het doel van de Kaderrichtlijn Water is de watervoorraden en de waterkwaliteit in Europa veilig stellen en de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte afzwakken. Daarbij worden een aantal verplichtingen opgelegd aan de lidstaten.

      Om de doelstellingen te behalen, geeft de Vlaamse overheid subsidies aan de gemeenten wanneer voldoende regenwater van het openbaar domein afgekoppeld kan worden van de gemengde riolering en kan indringen in de ondergrond.

      Om een beroep te kunnen doen op deze subsidies, wordt de verharde oppervlakte op het openbaar domein beperkt. Voor inritten is dat een beperking tot één inrit met een breedte van maximum 4,5 meter.

      Het is dus kwestie om zoveel mogelijk buffervolume te creëren in de bermen, waarin het regenwater kan infiltreren.

      Elke druppel die uit de gemengde rioleringen kan gehouden worden, zal:

      1. bij regenweer het gemengde vuilwater niet doen overstorten in de waterlopen;
      2. het grondwaterpeil verhogen, wat goed is tegen verdroging.

       

 

  • Wat kan ik doen als mijn inrit op privaat domein toch breder is dan 4,5 meter?
    • Verhardingen op privaat domein moeten meestal verplicht een vergunning hebben. In principe wordt in deze vergunning steeds opgelegd dat er geen regenwater richting het openbaar domein mag aflopen en dat alle regenwater op het private terrein gebufferd moet worden.

      Daarnaast moet 50% van de voortuin met groen ingericht worden. Kiezel, dolomiet en andere semi-verharding wordt aanzien als verharding, evenals grasdallen, waterpasserende of poreuze klinkers.

      Omwille van verkeersveiligheid wordt enkel toegelaten om via de hoofdinrit de rijweg op te rijden.

      Indien er dus noodzaak is aan meerder parkings, kunnen deze best georganiseerd worden op eigen terrein door middel van insteekparkings in de voortuin vanuit de hoofdinrit .

      Voor het overige worden de vragen die te maken hebben met parkings en inritten gebundeld. Het is de bedoeling om een algemeen kader rond deze problematiek te scheppen.

 

  • Moet ik dan ook de parkeerplaatsen op mijn eigen perceel verwijderen? 

    • De gemeente doet enkel uitspraken over de aansluiting van de private percelen op de openbare weg, niet over de inrichting van de voortuinen. U kan uw parkeerplaatsen in de voortuin dus behouden, maar ze moeten allemaal ontsloten worden via één enkele inrit.  Het verdient echter aanbeveling om de verharding in voortuinen tot een minimum te beperken omdat dat ook een belangrijke bijdrage levert aan de natuurlijk infiltratie van hemelwater.    

 

  • Wat gebeurt er met de opgebroken verharding? 

    • De aannemer maakt een prijsofferte voor alle werken, waaronder de opbraak zit vervat. Het opgebroken materiaal wordt dus eigendom van de aannemer. In vele gevallen zal de aannemer voorafgaandelijk aan eigen werken de opbraak van stoepen organiseren in functie van de aanleg/vervanging voor de nutsmaatschappijen of het herstellen van de rioleringen in de bermen. Meestal voert deze alle verharding na opbraak af naar de breker om er nieuw funderingsmateriaal van te laten maken.   

    • Indien het zou gaan om private verhardingen op openbaar domein die niet worden teruggeplaatst, wordt dit besproken in de infovergadering met de aannemer voor de aanvang van de werken waarbij de mogelijkheid gegeven wordt dat ieder zijn eigen verharding kan opbreken voor eigen gebruik, tegen een afgesproken datum.  

    • (Op dat ogenblik wordt ook de vraag gesteld dat iedere bewoner de eigen hagen scheert tot op de perceelgrenzen, zodat de aannemer niet verantwoordelijk gesteld wordt voor schade aan private hagen.) 

 

  • Krijgen we nieuwe verharding of blijft de bestaande oprit liggen (4,5m) 

    • Dit zal verder bekeken en onderzocht worden bij het uitwerken van het riolering- en wegenisdossier teneinde de impact van deze werken op de opritten in te kunnen schatten. 

 

  • Er staan teveel bomen voor mijn deur getekend. Kan er een boom verplaatst worden?

    • De bomen staan momenteel indicatief ingetekend op de schetsontwerpen. Ze willen zeggen: “er komen in deze straat bomen in de bermen”. Ze zeggen niet waar exact en hoeveel bomen er komen. De schetsontwerpen zijn immers geen plannen waarmee een aannemer effectief aan de slag kan om de weg in te richten. Daar is het nog te vroeg voor en daar komt nog heel wat bij kijken.

      Eerst wordt bepaald welke soort boom er komt in de straat. Men zal per straat kiezen voor andere boomsoorten om de diversiteit te verhogen. Dat voorkomt ook ziekten en plagen in bepaalde boomsoorten.

      Er wordt voorts voor gezorgd dat de kruinen van de bomen niet in elkaar kunnen groeien. De diameter van de kruin bepaalt daarbij de afstand tussen de bomen.

      Er zal ook rekening gehouden worden met de inplanting van de openbare verlichting, de ligging van de nutsleidingen onder de grond en uiteraard ook de ligging van de inritten.

      Er wordt zelfs rekening gehouden met de ligging van zonnepanelen om te bepalen aan welke zijde van de straat er bomen komen.

      In ieder geval: neen, er zullen geen bomen geplaatst worden voor vergunde inritten op het privaat domein.

 

  • Waarmee wordt zoal rekening gehouden bij het kiezen van de boomvariëteiten?
    • Het is alleszins zo dat er langs de straten in de bermen enkel gekozen zal worden voor bomen tussen de 6 en 12 meter hoog.

      Er wordt ook rekening mee gehouden dat de wijkstraten in de winter gestrooid worden. De bomen moeten dus minder gevoelig voor zout zijn.

      Daarnaast zijn er soorten die minder wortelopdruk hebben, soorten die minder gevoelig zijn voor takbreuk, …

      Afhankelijk van de beschikbare ruimte zowel boven- als ondergronds, zal uiteindelijk de vorm van de kruin bepaald worden.

Deel op facebook
Deel op X